Ventilatoren en TL-licht

Ventilatoren en TL-licht

De komende weken doen de theatermakers verslag van hun ervaringen en ontmoetingen in Leiden Zuidwest. Dit keer het verhaal van Anna van der Kruis.

'Haha! Het is zo ver! Ik maak kommuunietie teejaater!' app ik aan een vriend. Het is eind maart, mijn tweede dag in Leiden Zuidwest en ik loop van het buurtcentrum in Vogelvlucht naar NS station Leiden Lammenschans. Het is zonnig en ik zie in de Segaarstraat meer bloesem dan precies vier jaar geleden eind maart, in Japan.

Ik heb zojuist een uur gelinedanced. Mijn vest uitgetrokken, het zweet onder mijn oksels weggeveegd. Honderd keer moeten stoppen, midden in een draai – mijn gezicht naar de dichte gordijnen, zie ik voor mij niemand meer wiens stappen ik kan imiteren, ik ben totaal op mijzelf aangewezen en omdat ik geen weet heb van de alsmaar doorratelende terminologie meteen verloren.

De DJ is een vrouw op leeftijd met prachtige kralen op haar kleding en in haar hals en ogen die zich, als ze lacht, niet alleen achter haar ronde bril met rood montuur verschuilen, maar ook achter de plooien in haar gezicht. Voor en achter haar een half leeggedronken flesje Sisi met een rietje. Naast haar op tafel een kruk voor iemand die slecht ter been is en een schriftje.

'Single Waltz,' lees ik. 'Smokey Places, No Angel, Whole Again, Rio, Uno Mas, Country Girl, If I didn't have a dime, The Music Man, Give my love to Rose, Adios Amigo.' De playlist. Elke uur, elke week noteert ze die. Met de hand. Zodat ze niet te veel dubbelen. Er wordt gedanst op dezelfde plek waar op donderdagochtend de koffie klaar staat.

Een week daarvoor, het is dan iets minder zonnig, stap ik hier voor het eerst binnen. Ik heb een trui aan waar heel groot 'PLAY' op staat. Kees, stralend middelpunt van 'bakkie in de buurt', knipoogt naar me. Hij vindt het opschrift uitnodigend. Maar zegt er meteen bij dat hij niet op vrouwen valt. Ze ontroeren me, de gebaren, de mensen, de plek. Zo veel leven en genegenheid, onder een systeemplafond met ventilatoren en tl-licht.

Als ik voor de vierde keer in de wijk ben, ben ik opnieuw in het buurtcentrum. We zitten boven. Peerke, de regisseur, heeft ons allemaal gevraagd om twintig minuten te schrijven. Over wat we hier hebben meegemaakt de afgelopen maand.

Ik schrijf over de man, met de capuchon over zijn hoofd en zijn hondje, die ons vorige week passeerde op een wandeling, maar geen gedag zei. De bovenste verdieping van de verzorgingsflat. Hoe hoger je komt, hoe minder de mensen binnen functioneren. Het balkon van Kees. “Op de derde,” zegt Sandra. “Daar. Er zit een meeuw op.” “Dat weet ik,” zegt Kees. “Die houdt mij 's nachts om vier uur wakker.”
 

Ventilatoren en TL-licht

Na het schrijven lezen we elkaar voor. Ik ben ontroerd door mijn collegae; Eva, Tijs, Daniël, Julia, Peerke, Erica en Rian. Ik ben geraakt door hun gedachten en hoe ongelofelijk dichtbij ze mij laten komen. Ik ben gestopt, te proberen om ze als onbekenden te begrijpen en begonnen naar ze te kijken. In eerste instantie naar hen en door hun ogen naar de wijk. Het stemt me dankbaar.

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen van deze website. Meer informatie hierover vind u op onze cookie instellingen pagina.

OK